Een vrouw van glas
Nieuwe roman van de auteur van Gebroken licht
Op een keerpunt in haar leven besluit de 29-jarige Lucy Jarrett voor korte tijd terug te gaan naar Lake of Dreams, het dorp met de poëtische indianennaam waar ze is opgegroeid. Haar moeder heeft zorg nodig.
In het ouderlijk huis wordt ze opnieuw geconfronteerd met de dood van haar vader en de vraag naar de reden van de knallende ruzie die hij destijds met haar oom had. Ook flakkeren verwarrende, oude gevoelens voor haar jeugdliefde weer op.
Dwalend door het grote huis aan het meer ontdekt Lucy bij toeval een verzameling curiositeiten die het verhaal van haar familie opnieuw vertellen. Dankzij oude krantenknipsels, oude brieven en een borduurwerk met opvallend motief leert ze een geheimzinnig stuk familiegeschiedenis kennen.
Kim Edwards, Een vrouw van glas, ISBN 9789029575119, € 19,95 | Bestel
Lees meer:
Fragment uit Een vrouw van glas
´Zou kunnen,’ zei mijn moeder terwijl ze een leesbril uit haar zak pakte. ‘Het was in ieder geval wel de tijd voor dat soort dingen. Ik zit te piekeren – volgens mij is dit huis tussen 1880 en 1890 gebouwd, en later is het een tijdje verwaarloosd.’ Ze gebaarde naar de verwilderde plantengroei overal om ons heen. ‘Mischien wel net zoals nu. Zodoende kon je overgrootvader het voor een prikkie kopen, zo gaat het verhaal althans. Ik geloof dat hij het rond 1925 heeft gekocht en het toen op is gaan knappen.’
Onder op de stapel bevonden zich nog enkele krantenartikelen die bijeengehouden werden door een roestige paperclip; het papier was zo broos dat het aan de randen afbrokkelde en de drukinkt was uitgelopen.
‘Moet je horen,’ zei ik terwijl ik mijn moeders hand aanraakte. ‘Uit 1913. Om te gillen: ‘” Gelukkig zijn wij tot het besef gekomen dat gezond spel in de buitenlucht net zo goed is voor meisjes als voor knapen, en zijn de ideeën uit de tijd van onze grootmoeders – dat jongens balspelen, paardrijden, zwemmen, schieten enz. dienden te beoefenen terwijl het spel der meisjes beperkt bleef tot zittende activiteiten als naaien, met poppen spelen enz. – op de rommelzolder beland, zodat meisjes vandaag de dag evenveel lichamelijke vrijheid en activiteit toekomen als hun broers.”’
Mijn moeder lachte. ‘Nou, ik ben blij dat ik niet eerder geboren ben,’ zei ze. ‘Het zou me van m’n leven niet gelukt zijn jou de hele dag met poppen te laten spelen, Lucy.’
‘Stel je voor dat je in dit huis woont en niet in het meer kunt zwemmen.’
‘Ik wil wedden dat ze het stiekem toch deden.’
´Ik hoop het.´
Tussen de laatste twee artikelen vond ik een kleine vierkante envelop van zwaar papier ter grootte van een uitnodigingskaart. De achterkant was niet dichtgeplakt maar in de omslag gestoken, en er zat één velletje in dat één keer dubbelgevouwen was. Er viel ook een gedroogde bloem uit, grotendeels bruin maar in het midden nog vaag paars, die verkruimelde op het glazen tafelblad.
21 september 1925
Als Iris uit jouw huis moet vertrekken, Joseph, dan smeek ik je haar niet naar vreemden te sturen maar naar mij, of, als ze dat niet wil, naar het ingesloten adres, naar mevrouw Alice Stokley, een vriendin van vrienden van mij hier, die haar de scholing en de werkzaamheden zal verschaffen die bij haar leeftijd passen – ze is nog maar 14.
Mijn hart doet pijn terwijl ik dit schrijf. Ik heb kennisgenomen van de kosten die je opsomt voor kleren, boeken en huisvesting, maar ik begrijp niet hoe het geld ontoereikend heeft kunnen zijn. Ik heb je alles gestuurd wat ik heb. Als jij het zegt, moet het wel zo zijn, maar ik kan dit schrijven vandaag toch niet met genegenheid onderteken, R.
