BUtterfield 8
Een glamourgirl in de jaren dertig
Op de bewuste morgen bevindt Gloria zich alleen in het appartement van een vreemde man, met niets anders aan haar lijf dan een herenpyjama, haar avondjurk ligt verscheurd op de grond. Wanneer ze een bontjas uit de kast pakt om in naar huis te gaan, zet ze een serie gebeurtenissen in gang die zullen leiden tot een tragedie.
BUtterfield 8 - de titel verwijst naar een New Yorkse telefooncode - is het schitterende verhaal van een glamourgirl in de jaren dertig die een ongelukkige affaire krijgt met een getrouwde man. Maar de ware hoofdpersoon van dit boek is het New York van 1931.
John O'Hara werd op 31 januari 1905 in Pennsylviania geboren. Zijn eerste roman, Appointment in Samarra (1934), was meteen een succes en O'Hara werd al snel beschouwd als een van Amerika's prominentste schrijvers. Hij won de National Book Award voor zijn roman Ten North Frederick (1955) en The New Yorker publiceerde in de loop van zijn schrijverscarrière meer dan tweehonderd korte verhalen. Hij schreef BUtterfield 8 in 1935. John O'Hara overleed in 1970.
'Een man die precies weet waarover hij schrijft en dat wonderbaarlijk goed heeft opgeschreven.' - Ernest Hemingway
John O'Hara, BUtterfield 8, ISBN 9789029573702, € 19,95 | Bestel
De vertalers over BUtterfield 8
John O’Hara situeerde zijn verhaal tijdens de Drooglegging, een periode die toen nog vers in het geheugen lag. Onder de Prohibition Act (1920–1933) moest het drankminnende publiek zijn toevlucht nemen tot illegale dranklokalen waar je zachtjes moest praten (‘speak easy’) om politie-invallen te voorkomen. De speakeasy’s werden bezocht door alle rangen en standen: societyfiguren zaten er zij aan zij met gangsters en alcoholisten. Dit milieu wordt door O’Hara haarscherp beschreven.
Zoals de plot van de roman geïnspireerd is op een waar gebeurd incident, zo wemelt het in dit boek van de actuele gebeurtenissen en namen van politici, jazzmusici, cartoonisten, schrijvers, wetenschappers, zakenmensen, Broadwaytypen, gangsters en societyfiguren, die vaak onder hun eigen naam worden opgevoerd. Terwijl de personages van dit boek rondrijden in spiksplinternieuwe modellen auto’s, dragen hun vrouwen de laatste mode, zeilt een vriendin een type tweepersoons kielboot dat net was toegelaten tot de Olympische Spelen en kan een kennis op zakenreis dankzij een draadloze verbinding toch een footballwedstrijd volgen. Ze dansen de hipste dansen, lezen in de krant over een destijds spraakmakende rechtszaak, beoefenen een sport die net is uitgevonden (rackets, een voorloper van squash) en hebben thuis uiteraard het laatste model elektrische koffiepercolator op het aanrecht staan. En passant wordt er gerefereerd aan de door een oogkwaal geplaagde koning van Thailand die zich in de VS liet opereren en maken we kennis met de uitvinder de stuiverbioscoop, de nickleodeon.
Bij verschijnen in 1935 was BUtterfield 8 een uitermate moderne en actuele roman, juist daarom valt er voor de lezer van nu nog zoveel aan te genieten. Maar daarom niet alleen. In bedrieglijk levensechte dialogen, die vaak geconstrueerd zijn uit spitsvondigheden en soms doorspekt met nonchalant, vanzelfsprekend racisme en antisemitisme, fileert O’Hara het New York van de periode van overgang tussen de roaring twenties en de crisisjaren.
Saskia van der Lingen en Caroline Meijer
Fragment uit BUtterfield 8
Ze ging de kamer uit, liep terug naar zijn kamer en raapte haar kleren bij elkaar: haar schoenen en kousen, haar broekje, haar avondjurk. ‘Nou, die kan ik niet aan. Ik kan niet op klaarlichte dag in avondjurk en avondmantel over straat.’ De avondmantel, een cape om precies te zijn, lag waar hij netjes was neergelegd, over een stoel. Maar toen ze nog eens goed naar de avondjurk keek, kwam de afgelopen nacht haar weer wat levendiger voor de geest.
In de avondjurk zat een scheur; hij was van voren tot aan de navel opengescheurd. ‘De hufter.’ Ze gooide de jurk op de vloer van een van zijn kasten en deed haar pyjama – zijn pyjama – uit. Ze nam een douche en droogde zich langzaam af, met een heleboel handdoeken, die ze op een hoopje op de badkamervloer liet liggen, en toen pakte ze zijn tandenborstel en hield hem onder de warmwaterkraan. Het water was te heet om aan te raken, dus ze nam aan dat het heet genoeg was om de borstel te ontsmetten. Daar moest ze om lachen: ‘Ik ga met hem naar bed en riskeer om ik-weet-niet-wat op te lopen, maar zijn tandenborstel ontsmet ik.’ Ze poetste haar tanden, spoelde met mondwater, loste daarna wat zuiveringszout op in een glas water en dronk dat kalmpjes op. Ze voelde zich al een stuk beter en zou zich zo dadelijk nog beter voelen. De vertwijfeling ebde weg. Nu ze wist wat voor slechts ze op het punt stond te doen, gaf ze zich daar rekenschap van en voelde zich er heel best bij. Ze kon bijna niet wachten om het te doen.
Ze trok haar broekje, schoenen en kousen aan, borstelde haar haren en maakte zich op. Ze gebruikte maar weinig make-up. Ze opende een kastdeur en stak haar hand in de zakken van zijn avondkleding, maar vond niet wat ze zocht. Ze vond wat ze zocht, sigaretten, in een doos in de bovensta la van een ladekast. Ze stak er een op en ging naar de keuken. Op de keukentafel lag een envelop die ze bij haar eerdere ronde door de flat over het hoofd had gezien. ‘Gloria’, stond er met potlood op in een rond, hellend schrift.
Ze trok de flap los, die kleverig was en niet goed plakte, en haalde drie biljetten van twintig en een briefje uit de envelop. ‘Gloria – Dit is voor je jurk. Ik moet de stad uit. Bel je dinsdag of woensdag. W.’ ‘Ja, vast,’ zei ze, hardop.
BUtterfield 8: de eerste Oscar voor Elisabeth Taylor
BUtterfield 8 werd in 1960 verfilmd met in de hoofdrol Elisabeth Taylor, die daarmee haar eerste Oscar won:
