Het Oranje WK-boek

Het Oranje WK-boek

Het WK als decor van driekwart eeuw Oranjevoetbal-geschiedenis

Van het verloren eerste WK-optreden tegen Zwitserland, Milaan 1934, toen een droom (‘We gaan naar Rome’) in duigen viel, tot en met de verloren ‘smerige’ achtste finale in Nürnberg tegen Portugal tijdens het WK van 2006 – in Het Oranje WK-boek vertelt Zeger van Herwaarden de tumultueuze geschiedenis van het Nederlands elftal en het Wereldkampioenschap voetbal.
Het verhaal van die Werdegang bestaat maar ten dele uit dramatische dieptepunten zoals in Milaan en Nürnberg. De historie van het Oranjevoetbal, zeker vanaf de jaren zeventig, staat bol van de glorieuze momenten. Niet voor niets is Brilliant Orange een internationaal met ontzag gebezigde term.
Het Oranje WK-boek vertelt in één band het complete, tachtigjarige verhaal op het voetbalwereldtoneel.

  • Bestel dit boek in de webwinkel.
  • Doe mee met de Humana WK pool en win een van de mooie prijzen (waaronder dit boek) en steun direct het goede doel.

  • Fragment uit Deel 7

    Er komen andere tijden
    (achter fin de siècle daagt belle époque)

    17. Rijkaard haakt af, Van Gaal faalt

    Na het WK ’98 werd Frank Rijkaard de eerste Oranjebondscoach van Surinaamse origine. Met een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader was Rijkaard samen met zijn generatiegenoten Ruud Gullit en Gerald Vanenburg ook een van de eerste Suri’s geweest in het Nederlands elftal. De eerste van het contingent voetballers met een koloniale achtergrond die zijn opwachting had gemaakt in de nationale ploeg was stopperspil Humphrey Mijnals, die in 1956 in Utrecht was gaan wonen en daar voetbalde voor Elinkwijk. Ruim drie jaar later maakte Mijnals zijn debuut in Oranje, waarvoor hij als representant van de eerste lichting Suri-profs in Nederland drie interlands zou spelen. Opvolger van de centrale verdediger uit de vroege jaren zestig was Romeo Zondervan van FC Twente, die op 22 februari 1981 in actie kwam voor Nederland tijdens een WK-kwalificatieduel tegen Cyprus. Zondervan zou de kleuren van Oranje na die ene keer nooit meer verdedigen, maar dat jaar zou de invloed van het in 1975 onafhankelijk geworden Suriname op het Nederlandse voetbal wel daadwerkelijk gestalte krijgen. De erfenis van voorloper Mijnals en eendagsvlieg Zondervan zou in goede handen zijn bij Rijkaard en Gullit (en niet lang daarna Vanenburg), die op 1 september 1981 voor Nederland debuteerden tegen Zwitserland.
    Een jaar en twee dagen eerder had de toen zeventienjarige Franklin Edmundo Rijkaard voor het eerst deel uitgemaakt van het eerste van Ajax. Zowel in clubverband als bij Oranje werd de Ajacied in de loop van de jaren tachtig samen met de Koemannetjes, Gerald Vanenburg, Ruud Gullit en Marco van Basten steeds meer gezien als de toekomst van het Nederlandse voetbal. Vanwege het achter elkaar missen van het EK ’84 en het WK ’86 werd aan de andere kant door menigeen ook getwijfeld aan de mentaliteit van de nieuwe generatie internationals. Zo schaarde Ajax-trainer Leo Beenhakker Rijkaard in november 1984 (na de uitschakeling in de UEFA Cup door Bohemians Praag) onder de noemer ‘eeuwige talenten met wie je nooit de oorlog wint’. Zo’n twee jaar later kwam Rijkaard in opspraak toen hij een verbintenis aanging met PSV terwijl hij nog onder contract stond bij Ajax. Naast ‘dromer’ werd de jeugdige Ajacied vanaf toen ook het etiket opgeplakt van ‘labiele jongen’ die niet wist wat hij wilde en gemakkelijk was te beïnvloeden. Toen Rijkaard niet lang na het winnen van de Europacup voor bekerwinnaars ook nog in conflict kwam met clubtrainer Cruijff, was de 25-jarige Ajacied het even zat en keerde hij Cruijff, De Meer, Amsterdam en Nederland verontwaardigd de rug toe. Na ruim zeven jaar Ajax kwam de multifunctionele rechtermiddenvelder terecht bij Sporting Lissabon, dat hem echter niet kon opstellen omdat de Nederlander buiten de toegestane transferperiode was aangekocht. Rijkaard werd voor de tweede seizoensheft van 1987-1988 uitgeleend aan Real Zaragoza omdat de Nederlander in de Spaanse competitie wel speelgerechtigd was. Bij Zaragoza zou de Nederlandse international nog elf wedstrijden kunnen spelen voordat hij met Oranje aan de voorbereiding begon op het EK ’88.
    Het Europese titeltoernooi zou voor Rijkaard een ommekeer betekenen en daarmee het begin van een glansrijke internationale voetballoopbaan. In vijf ijzersterke EK-optredens werd het imago van twijfelaar gecorrigeerd en met overtuiging weggespeeld door de voorstopper van Oranje, die de volgende vijf jaar bij AC Milan het beeld bevestigde van een kordate en elegante speler die zowel in de verdediging als op het middenveld een verrijking voor elke Europese topclub zou zijn geweest. Met op zijn naam onder meer twee Italiaanse titels, Europacups en Wereldbekers voor clubteams keerde Rijkaard weer terug naar Amsterdam en naar zijn eerste profclub Ajax, waarmee de ervaren voetbalheld zijn actieve loopbaan in 1995 op 32-jarige leeftijd glansrijk afsloot met het winnen van de Champions League. De alom bewonderde routinier had onder Louis van Gaal twee seizoen lang gefungeerd als role model en leider van de aankomende garde Surinaamse sterspelers Clarence Seedorf, Patrick Kluivert, Edgar Davids, Michael Reiziger en Winston Bogarde. Daarnaast had Rijkaard ook als voorbeeld gediend voor andere talentrijke Ajacieden als doelman Van der Sar, de gebroeders De Boer en Marc Overmars. Stuk voor stuk voetballers die Frank Rijkaard als assistent van Guus Hiddink weer zou tegenkomen tijdens het WK ’98 en daarna langduriger nog als bondscoach van Oranje op weg naar EURO 2000.