Europese topclubs

Europese topclubs

Het grote verhaal van de 35 beste Europese voetbalclubs

In Europese topclubs passeren 21 winnaars van de Europacup 1/Champions League de revue, en nog een veertiental andere 'klassieke grootheden'. Van Amsterdam (Ajax) naar Barcelona, van Manchester (United en City) naar Boekarest (Steaua), en van Milaan (Internazionale en AC) terug naar Brussel (Anderlecht): voetbalschrijver par excellence Raf Willems maakte tussen 1993 en 2008 lange reizen -- in de tijd en in de geest, maar toch vooral in de werkelijke Europese ruimte -- om het verhaal te kunnen schrijven van de 35 grootste Europese topclubs. Hij vertelt de geschiedenis en de (sociale) achtergrond van de clubs, staat stil bij hun belangrijkste prestaties en geeft een persoonlijke kijk op de voetbalmetropolen van Europa. Op basis van grondige wetenschappelijke studie, bibliografische excursies maar vooral ook op basis van het nodige veldwerk, dat soms bizarre of verrassende ontmoetingen opleverde, zoals met rockzanger Jim Kerr van de Simple Minds (Celtic Glasgow), de 80-jarige danseres Susanna Egri (AC Torino) of de oprichter van de Fundació FC Barcelona. Uiteindelijk is Willems steeds weer op zoek naar de identiteit en het onvervreemdbaar eigene van elke club. Hij kant zich scherp tegen de gedachte van 'voetbal is oorlog' en houdt een stevig pleidooi ten voordele van 'voetbal, solidariteit en ambiance'.

Raf Willems (1960) is de auteur van talrijke sportboeken. Tevens is hij adviseur van de KNVB-stichting Meer dan Voetbal en van Beltomundial WK 2018.

Fragment

ARSENAL: DE KUNST VAN DE TEGENAANVAL VOLGENS THE FRENCH CONNECTION

Highbury. Op een druilerige dinsdagochtend in de herfst van 1996 stap ik vanuit het metrostation met dezelfde naam naar het klassieke Engelse stadion Ik bied me aan voor een rondleiding, in het gezelschap van voornamelijk bejaarde dames. Highbury is een stokoud complex. Een gelegenheidsgids stuurt ons door het doolhof van gangen, onder meer langs de kleedkamer met verschillende ligbaden. Zo warmde de Engelse voetballer zich naar eigen zeggen op: niks oefeningen op het veld, maar een plons in een heet bad voor de wedstrijd. Als toetje mochten we rond het middaguur de vertrekkende spelers uitwuiven. Ik zie David Seaman, Tony Adams, Nigel Winterburn instappen. De ‘rocks’ en oude rotten van de defensie. Tussen hen ook het silhouet van een ernstige, opgeschoten man met blonde haren: Arsène Wenger. Hij is enkele weken in dienst, zijn bus vertrekt richting Manchester United. De spelers zwijgen en rekenen zichzelf weinig mogelijkheden toe. Wenger weet wel wat hij wil: de topclub van Old Trafford op de pijnbank leggen.
Highbury (1913-2006) baadt in de nostalgie.

In de zomer van 2008 slijt ik opnieuw een middag in de buurt. Vanuit café Drayton Park staar ik naar het modernistische Emirates Stadium. Het nieuwe voetbalpaleis met 60.000 plaatsen blinkt in de zon. Ik bestel een koffie, maar dat is niet naar de zin van de gezette waardin, een Daisy-achtig
type uit de humoristische Engelse serie Keeping up Appearances: ‘We don’t do coffee babe. What do you want darling?’ Ik vermijd nog net twee borsten op mijn schouder en vlucht onder de grijnzend-spottende blikken van mannen-met-halve-liter-Guinessbier-aan-de-toog de kroeg uit. Ik duik ‘onder’ in de wijk Highbury, op zoek naar het oude stadion en vind Gillespie Road, de boulevard of broken dreams van de Gunners. Ik wandel in gedachten mee met Ray Davies, een van mijn favoriete songwriters. The Kinks genieten wereldfaam door simpele, stampende en rockende hits uit de jaren zestig als ‘Lola’, ‘You really got me’ en ‘All day and all of the night’. Ray Davies had meer in zijn mars. Met een reeks conceptelpees – Misfits, Preservation act, Schoolboys in disgrace – hekelde hij in het midden van de jaren zeventig op satirische wijze de onvolkomenheden van de Engelse samenleving en hield pleidooien voor het behoud van waardevolle historische landschappen. Zoals Highbury.
Bij de verhuizing naar het Emirates Stadium in de zomer van 2006 viel de zanger ten prooi aan verlatingsangst. Hij haalde emotionele herinneringen op in de krant The Times onder de kop Lazy, sunny afternoons at Highbury, een woordspeling op zijn hit uit de sixties ‘Sunny afternoon’: ‘Ik zal het oude stadion missen. Highbury is het zorgeloze en vrolijke deel van mijn kindertijd en jeugd geweest. Op mijn vijfde stapte ik tussen de massa van bijna 50.000 mensen aan de hand van mijn vader naar Arsenal. Hij wijdde me in: Highbury was als een heilige plaats voor hem, hij had al de kampioenschappen van de jaren dertig gevierd. Ik stond met mijn broer Dave op de North Bank en zag er de Busby Babes in 1958 met 5-4 winnen, vier dagen voordat het elftal van Manchester United de vliegtuigramp niet overleefde. Ik keek met open ogen hoe George Best met zijn goocheltrucs onze defensie pijn deed. Ik beleefde het beruchte eigen doelpunt van George Graham tegen het Ajax van Johan Cruijff en juichte bij de fenomenale doelpunten van the great Charlie George toen we in 1971 de dubbel wonnen: magnificent days indeed! Mijn hart doet pijn want ik weet dat ik nooit meer de lanen naar Highbury zal aflopen, tussen duizenden andere Arsenalfans. Een sentimentele diehard als ik treurt om het verlies van een monument, het verdwijnen van een landschap.’

Het verval is niet te stuiten. De ooit felkleurige arbeidershuisjes bladderen af. Highbury is een ruïne. Enkel de hoofdtribune staat nog recht overeind. Vanuit The Gunners Pub, de stokoude Arsenalkroeg vol met foto’s, wimpels en shirts uit lang vervlogen tijden zie ik een oude, dronken man waggelen voor de bouwput. Er komen appartementengebouwen voor in de plaats. Hij raakt de weg kwijt. Letterlijk en figuurlijk. Goodbye Gillespie Road.

Van Wenger naar Chapman en terug

De wetenschappelijke wetmatigheden van Wenger, het zijn drie principes: balbezit, positiespel, penetratie via de diepe spits. De bal veel rondspelen in hoog tempo. Intelligentie. Op het middenveld: Vieira, the technical master of interception. Snelheid in de spits met Thierry Henry. Offensief voetbal, de bal vroeg winnen: 4-4-2 maar snel omschakelen naar 4-3-3 of 4-5-1. Vooral toch dat laatste. Myles Palmer stipt het aan in zijn boek The professor. Arsène
Wenger at Arsenal
: ‘Wenger is in love with the beautiful game, dreaming of the perfect attacking performance, backed by defensive concentration.’ De uit de grensstreek van Frankrijk en Duitsland – Straatsburg – afkomstige Wenger reisde in zijn jonge jaren – rond 1970 – naar het meer dan 150 kilometer verder liggende Mönchengladbach om Günter Netzer te aanschouwen, de
langharige god van de Bökelberg, de brille van Borussia. Daar vond hij zijn vroegste voetbalvoedingsbodem. Via de aanpak van de Franse Centres des Formations, de opleidingscentra, knobbelde hij een volwassen handelswijze uit. Hij werd een systeemdenker, maar niet een van het starre soort, wel volgens een ingenieuze flexibiliteit.

Wenger boekte een duizelingwekkende reeks van successen: titels in 1998, 2002, 2004 (zonder nederlaag!); bekers in 1998, 2002, 2003, 2005; Community Shield (Engelse Supercup) in 1998, 1999, 2002, 2004, drie keer winst tegen Manchester United en één keer tegen Liverpool. Even indrukwekkend: de reeks tweede plaatsen in de Premier League, liefst vijf tussen 1997 en 2005. En ook: het sullige verlies in de FA Cup 2001 (Liverpool) en de League Cup 2007 (Chelsea), naast het kraken van harde Europese noten: UEFA Cup 2000 (Galatasaray, 0-0 en missers in de strafschoppenserie) en Champions League 2006 (fc Barcelona, 2-1). En een reeks van 49 ongeslagen wedstrijden!
Hij is niet het type van de bulldogcoach. Hij is een gentleman, diplomatiek van karakter, met een oosterse gelatenheid over zich. Een van de eerste buitenlandse trainers in de Premier League, een Fremdkörper in deze wereld. Een persoonlijke vriend van vice-president en geldschieter David Dein. Wenger overleeft de bestuurscrisis en het opstappen van zijn vriend in 2007.
Ruim een decennium na zijn aanstelling heeft Arsenal de aanval op Manchester United dus goed afgerond. Arsène Wenger staat momenteel op hetzelfde voetstuk als sir Alex Ferguson. Hun clubs zoeken de bekoring en produceren het spectaculairste voetbal van de Premier League. Dat is op zich een contradictio in terminis en eigenlijk tegen de historische natuur van Boring Arsenal in.

Als de club in mei 2006 de Champions Leaguefinale van Barcelona had gewonnen, zou het volkse Highbury alle denkbare voetbalprijzen in zijn kamers mogen herbergen. En kon het met gerust gemoed de deuren sluiten. Het mocht helaas niet zo zijn.

(...)

Nabeschouwing Raf Willems op Europese topclubs

‘Lissabon, vlooienmarkt, novembernazomer 2009. Vanuit het stokoude fadorestaurant Os Unidos – slechts te bereiken via de ontelbare trappen van de middeleeuwse steegjes der Bairro Alto - kijk ik uit over de glinsterende Taag. Ik zit al op het middaguur aan de rode wijn, mijmerend over vijftien jaar voetbalreizen door Europa.

Ik herinner me met plezier hoe zanger Jim Kerr me wees op de invloed van zijn grote voetballiefde op Simple Minds. Over de Ierse hongermigratie – die zijn familie aan den lijve ondervond - en over het idee van voetbal, solidariteit en music & fun. Ziedaar de principes van Celtic Glasgow, een club die pendelt tussen sociaaldemocratisch Daensisme en rock’-‘n-roll: ‘Celtic schonk ons zelfvertrouwen. We became Simple Minds.’

In de buik van Camp Nou luisterde ik naar het verhaal van de historicus van FC Barcelona over Josep Sunyol. De progressieve volksvertegenwoordiger en voorzitter van de blaugrana werd in 1936 vermoord door de troepen van generaal – en latere Spaanse dictator - Franco: ‘Om Barça, Catalonië – en daarmee de democratie - in het hart te treffen.’
FC Barcelona, més que un club. Méér dan een club, voor eeuwig anti-Franco en vandaag pro-Unicef.

In de lente van 1994 reisde ik voor een eerste internationale reportage naar Londen, halve finales FA Cup tussen Chelsea en Luton Town. Wembley zien en sterven? De illusie verdween als sneeuw voor de zon. In de underground verzamelden enkele jeugdige Chelseahooligans zich rond een eenzame, met strohoed getooide Lutonsupporter. De cheerleader woog meer dan 100 kg. en er kleefde een dubbele ring aan de oren. Hij brulde tegen de arme man: I’m gonna fuck you tonight! Een halte verder dwarrelde de oranjeblauwe strohoed, het symbool van The Hatters, over het station. Ik besloot lafhartig maar veiligheidshalve de andere kant uit te kijken, net als de andere passagiers in de overvolle metrowagon. De skinheads van Chelsea tooiden zich met White Powersymboliek en waren gewelddadig en racistisch.

Precies vijftien jaar later, in de lente van 2009, bezocht ik in Turijn een bejaarde vrouw in haar historisch herenhuis. De 82-jarige Susanna Egri geniet wereldvermaardheid als danseres en choreografe. Ik voerde met haar mijn meest fascinerende tweespraak over het spel om de bal. Ze maakte me tot mijn verbazing duidelijk: ‘Ik veranderde de dans met mijn I balletti di Susanna Egri, op basis van mijn vaders ideeën over…voetbal! De spelende mens, homo ludens.’ Haar vader, Ernest Egri Erbstein, was een joodse wereldburger. Hij schreef tussen 1945 en 1949 geschiedenis met Il Grande Torino. Hij coachte de club naar een aanvallende en vrije stijl, vanuit de filosofie van het humanisme. In antwoord op de fascistische voetbalopvattingen uit het tijdperk van Mussolini. De familie Egri sloeg op de vlucht voor de Italiaanse anti-joodse wetten en ontsnapte in Boedapest miraculeus aan de Holocaust. In 1949 crashte het vliegtuig van Torino. Niemand overleefde het drama, vader Egri evenmin. ‘My father is my force’, zegt Sussana Egri nog steeds: ‘Teach them to be free!’

De cirkel was toen voor mij rond. Tussen deze twee uitersten staat de spanningsboog van het voetbal, als ware het een absurd theater.

Daaraan dacht ik toen ik in dat stokoude fadorestaurant Os Unidos na het drinken van enkele glazen rode wijn vond wat ik zocht: Eusebio en Amalia Rodrigues! De vreugde van het voetbal en het muzikale verdriet om het leven verenigd in één portret van vergeelde glans.’