De weg naar Kaapstad

De weg naar Kaapstad

Afrika en het WK voetbal 2010

Abdelkader Benali reisde dwars door Afrika - van Marokko tot Zuid-Afrika - op zoek naar de betekenis van voetbal op dit continent. Meer nog dan elders, zo is de veronderstelling, is voetbal daar een spiegel van de samenleving. Tienduizenden talentvolle jongens hopen daar aan alle ellende te kunnen ontsnappen door als voetballer in het Westen door te breken. De weg naar Kaapstad is de neerslag van de persoonlijke observaties, belevenissen en opvattingen van Benali.

De reis door Afrika maakte Benali samen met Jan Mulder voor het programma Wereldkampioen van Afrika, dat vanaf 15 mei wordt uitgezonden door de NPS.

Luister hier naar het gesprek dat Abdelkader Benali op 10 mei j.l. had over dit boek op Radio 1.

Bestel dit boek in de webwinkel. (€ 12,50)

 

Inleiding uit De weg naar Kaapstad

Dit boek is de weerslag van een reis die ik door Afrika heb gemaakt voor een serie van zes programma’s over voetbal op dit continent. Aanleiding was het wereldkampioenschap voetbal dat in 2010 in Zuid-Afrika wordt gehouden. Zou er een bal op de Noord-Afrikaanse kust van Marokko worden gegooid dan zou het geen moeite kosten om die bal door middel van honderdduizenden trappen naar Kaapstad, het zuidelijkste puntje van het continent, de plek waar de finale wordt gespeeld, te krijgen. Voetbal is in Afrika meer dan een spel, het is een vervoermiddel voor dromen.
Zoals alle reisverslagen is dit verhaal een weerslag van een avontuur dat geen recht kan doen aan de reis zelf, een reis die begon als een opeenstapeling van afspraken en eindigde als een droom. Wie Afrika wil begrijpen moet reizen want het is het continent van de beweging. Europa is het continent van de stilstand. De Europese geschiedenis werd geschreven in de hoofdsteden, in statische parlementen, achter grote mahoniehouten bureau’s – weinig tot niets hoefde van zijn plaats te komen om duizenden kilometers verderop verwoestend effect te hebben. De geschiedenis van Afrika wordt geschreven door reizigers, dolende profeten en oprukkende stammen.
Mijn reis begon in Abidjan, Ivoorkust, waar ik de ouders van de Ivoriaanse stervoetballer Didier Drogba bezocht, en eindigde in Zuid-Afrika, op Robbeneiland, waar een gevangene en een cipier vertelden hoe het voetbal, in gevangenschap, daar in zwang raakte. De centrale vraag was steeds op welke manier voetbal het leven van de Afrikanen beinvloedt, ervan uitgaande dat voetbal een andere rol vervult in hun leven dan die van een Feyenoord-supporter. Voetbal is voor Afrikanen wat de musical is voor jongeren met een zekere aanleg voor zingen: een manier om rijk, beroemd en geliefd te worden. Voetbal is in Afrika de musical van het leven, een groot liefdesverhaal met z’n hoogte‑ en dieptepunten, kwade geesten, donder en bliksem en harverwarmende personages. De gidsen in dit boek zijn die personages die elk op hun eigen manier iets van hun verlangens en dromen proberen te verwezenlijken via het voetbal. Op de een of andere manier ervoer ik de hele tijd dat het voetbal in Afrika een beetje een ongelukkig huwelijk was. De Afrikaan houdt meer van het voetbal dan het voetbal van hem houdt. Voor voetbal zijn sappige, groene grasvelden nodig die door overvloedige regenval in puike conditie blijven, daarbij geholpen door belijningsapparaten en drainagesystemen. De ideale klimatologische omstandigheden ontbreken in veel van de landen die uitstekende voetballers hebben voortgebracht. De Afrikaanse voetballers uit de Sahellanden die zo uitstekend functioneren in de Europese competities komen uit een wereld waar het beetje gras door vee wordt veroberd. Zij spelen op zanderige ondergronden. Deze povere condities hebben hun ontwikkeling niet in de weg gestaan maar het is pas in Europa dat ze, geholpen door de infrastructuur en ambiance, echt uit kunnen groeien tot de professionele voetballers die we elk weekeinde zo bewonderen. Bij het gesprek met Afrikaanse voetballers kwam vroeg of laat de conclusie dat men in Europa niet voetbalde met de voeten maar met het hoofd en dat alleen die Afrikaanse voetballers slaagden die dat “spelletje met het hoofd” doorhadden. Voor voetbal heb je talent nodig, maar nog meer een bereidheid om te veranderen, om je aan te passen in een systeem dat de individuele kwaliteiten, de ruwe diamant, bijslijpt totdat er bijna niets meer over lijkt te zijn van die ruwe diamant behalve een piepklein, fonkelend briljantje dat precies in het mechaniek-kunstwerk past dat de coach en het bestuur en de investeerders van de Europese clubs voor ogen staat. Ik gebruik de metafoor van de diamant, zo schaamteloos gewonnen in Afrika, niet zomaar. Mijn reis leidde me langs tientallen ruwe diamanten, briljantjes in de dop, elk met hun eigen verhaal, hun eigen overwinningsstrategie die ze me frank en vrij presenteerden. Bij terugkomst in Nederland had ik spijt dat ik niet langer in Afrika was gebleven.

Bekijk hier de eerste aflevering van Wereldkampioen van Afrika