Restruimte

Restruimte

Interview met Marijke Hanegraaf

1. Dit is je derde dichtbundel sinds 2001. Dat jaar verscheen je debuut Veerstraat (die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs); vijf jaar later kwam Proefsteen; en nu is daar dan Restruimte. Kijk eens terug op die negen jaar en die drie dichtbundels. Is er sprake van een ontwikkeling, een verandering in (poëticaal) denken, voortschrijdend inzicht? Wat heb je geleerd, wat heb je afgeleerd?

In Veerstraat heb ik me strak aan de poëticale teugels gehouden. In Proefsteen heb ik me durven laten gaan. In Restruimte heb ik er het evenwicht in gevonden. In Restruimte heb ik meer met de taal gespeeld. Op mijn eigen manier en dat is meestal voorzichtig. Ik denk aan een woord als 'zetelhout' in het gedicht Kust zee. Dat woord bestaat niet, althans niet voor Van Dale. Maar als je het leest heb je waarschijnlijk niet eens door dat het niet bestond.

2. Wat is -- op dit moment -- je favoriete gedicht uit je nieuwe bundel?

Mijn favoriete gedicht is niet constant hetzelfde gedicht. Er zijn natuurlijk wel gedichten die me blijven raken. Ik noem Een groet en Onder voortdurend blauw. In bepaalde stemmingen ben ik helemaal weg van Venetië, vooral van nummer 2. Als ik denk aan al het gehannes in ons oude Europa, dan is het gedicht Een ster, een kind me lief. En van de week was er plotseling een ander gedicht waar ik mee opstond. Dat was Iets niet vinden. Het bracht me op een verwante gedachte. Ik nader de tot voor kort gezegende leeftijd van 65, en steeds vaker hoor ik mezelf en mijn leeftijdgenoten zeggen: Waar ben ik ook weer gebleven? Je zegt zoiets bijna zonder er bij na te denken, als je weer eens bent afgedwaald in een gesprek, maar eigenlijk is het een levensvraag. Zo is het ook in het gedicht Iets niet vinden. En dan is dat gedicht me nabij.

IETS NIET VINDEN

Bij het opruimen van de werkkast vind ik
een stukje metaal van twee bij drie

met een bizar buisje. Ik wist niet
dat zoiets bestond en dat ik het had.

Het ziet er vreemd uit
maar nuttig en doelgericht.

Zo onbuigzaam aanwezig
en onweerlegbaar de moeite waard.

Ik draai tussen mijn vingers alsof
een gebaar het gebruik kan onthullen.

Iemand kan zeggen waar het voor dient
kan zeggen gooi het niet weg

iemand die in de wereld de verbindingen kent.

3. Restruimte -- het woord schijnt verrassend genoeg niet eens in Van Dale te staan. Toch is het een woord waar iedereen zich iets bij kan voorstellen en dat -- bij voorbeeld in de architectuur -- wel degelijk een begrip is. Wat betekent het woord voor jou vooral, en waarom is het (kennelijk) zo belangrijk dat je het de titel van je bundel hebt gemaakt?

In het gedicht met de naam Restruimte laat de vader een uur op de dag ontstaan. Dat kon hij, mijn vader, ruimte scheppen in een druk en behoorlijk zwaar bestaan. Onnodigheid, nutteloosheid creëren. Ik kan het zelf ook, maar altijd te weinig (vandaar dat verlangen). In de eerste afdeling van mijn bundel wordt (omringd door woede) nogal gezocht naar en getwijfeld aan de route in een bestaan. Een weg zoeken in je leven en dan uitkomen bij restruimte. Dat is in feite bij iets onbenoembaars, misschien wel bij niets. Ongeveer het belangrijkste in een leven, in het mijne in ieder geval. Een soort van geluk. Alsof de weg die je kiest op zich niet belangrijk is.

4. Jouw werk is meermaals gewaardeerd om zijn heldere beelden en heldere stijl. Je gedichten zijn nuchter van toon zonder cerebraal te zijn, ze zijn onmodieus zonder traditioneel te zijn. Ze hebben iets dat wars is van alles wat naar aanstellerij zweemt. Zie je dat zelf ook zo? Voel je jezelf verwant met deze en gene in het Nederlandstalige poëzielandschap?

Ik glunder bij je beschrijving van mijn werk. Wat moet ik daar nog aan toevoegen. Als ik het zo lees, dan weerspiegelt mijn stijl wat ikzelf zou willen zijn. Of ben. Eigenlijk wil ik over deze vraag niet te veel nadenken. Laat anderen (zoals jij) zich maar bezighouden met mijn stijl. Een flauw antwoord, maar ik wil het laten ontstaan zoals het ontstaat.

5. Met betrekking tot je totale dichterschap: wat is je vurigste wens dienaangaande? Of is dat geen relevante vraag. Zonee, wat is de relevantste [vraag] ten aanzien van je (gehele) dichterschap.

Niet vragen! Het is te vroeg voor een volgende stap. In alle rust verder kunnen dichten is een stille wens, meer smeulend dan vurig. Uitdagingen kunnen vinden, zoals voor Restruimte, waarbij de uitdaging was enige samenhangende gedichten te schrijven; een serie, een cyclus.

Marijke Hanegraaf, Restruimte, ISBN 9789029572965, € 17,95 | Bestel