We moeten nog een lied
Het feestlied: oer-Hollandse bron van misère en vermaak
Wat vrezen bruidsparen voor hun grote dag? Regen, natuurlijk. Maar zij blijken bijna even bang voor een ander Nederlands natuurverschijnsel: toegezongen worden door familieleden, vrienden of collega's. Vaak zijn de bedoelingen wel goed, maar is het feestlied zelf een drama. Ook veel jubilarissen, vertrekkende collega's en promovendi moeten geduldig luisteren naar klungelige liedjes, niet zelden over voorvallen die zij liever zouden vergeten.
Toch is van elk feestlied een succes te maken. Wat zijn geschikte thema's en wat is juist taboe? Hoe kies je een melodie die zingbaar is voor tantes en collega's? Wat zijn de geheimen van een geestige tekst? Waar moet je bij de uitvoering op letten? De antwoorden staan in deze zelfhulpgids, met veel tips en voorbeeld liedjes.
Maar de auteurs beperken zich gelukkig niet tot constructief zijn. Weinig is immers zo leuk als leren van de fouten van een ander. Zelden gingen lering en vermaak zo goed samen. Zo wordt elk feestlied een geschenk!
Zie ook:
Berk, Koets en Slot, We moeten nog een lied, ISBN 9789029576055, € 15,00 | Bestel
Zo dus niet
Vijftig jaren getrouwd
En ze zijn nog niet oud
Maar al heel lang getrouwd
Hebben heel wat opgebouwd
Hij gaf haar bloemen oheehoo
Hoorde bijtjes zoemen oheehoo
Kan ze wat verdienen oheehoo
Hoeft niet meer te grienen oheehoo
Vijftig jaar getrouwd
Ja, ze hebben nu goud
Misschien moet je niet te veel verwachten wanneer 'Heb je even voor mij?' als basislied is gekozen, maar dit moet toch beter kunnen. Neem die flauwe rijmwoorden op 'getrouwd'.
En dan de clichés waarvan men zich bedient. Verrassend is wel weer de link tussen bloemen/bijtjes en de echtgenote die iets kan verdienen. Je zou nog op vreemde gedachten kunnen komen.
