Het ministerie van Specifieke Zaken
Over Haags gekonkel en de mentale staat van het land
Linkse en rechtse hobby's
Al ruim vijf jaar houdt Ilja Leonard Pfeijffer met een scherp oog en een nog scherpere pen de toestand in zijn vaderland in de gaten. Hij doet dat wekelijks op vrijdagochtend in nrc.next. Zijn column ontwikkelde zich al snel tot een plek in de krant waarin het Haagse politieke gekonkel en de mentale staat van Nederland ongenadig maar des te geestiger op de korrel worden genomen.
De jaren die dit boek omvat zijn de jaren van Balkenende (met zijn potsierlijke appèl aan die machtige VOC-mentaliteit), Bos, Wilders en Rutte. Van Irak, Afghanistan en andere hopeloze Hollandse excursies, van antirook- en -drinkmagiër Klink en Haagse cultuurbarbaren tot en met het gedoe in de voetballerij en het wielerpeloton. Het ministerie van Specifieke Zaken is een ruime keuze uit de even hilarische als giftige next-stukjes van een virtuoze schrijver.
Ilja Leonard Pfeijffer, Het ministerie van Specifieke Zaken, ISBN 9789029576161, € 16,50 | Bestel | Bestel het e-book (€ 12,95)
Schokkend normaal
Wat mij bij het zien van het Kamerdebat over de regeringsverklaring nog het meest opviel, was dat mij zo weinig opviel. We spreken van een historisch moment. Het meest rechtse kabinet uit de Nederlandse geschiedenis presenteert zich aan de volksvertegenwoordiging. Daarbij is het ook nog eens een heel raar kabinet: een minderheidscoalitie die met gedoogsteun kan rekenen op de kleinst denkbare meerderheid. Binnen een van de regeringsfracties zitten minstens twee dissidenten die deze meerderheid elk moment kunnen doen verdampen. En dan is het kabinet ook nog op een bijzonder ongebruikelijke manier tot stand gekomen. Redenen te over om een uitzonderlijk debat te verwachten. Maar in plaats daarvan ging alles er schokkend normaal aan toe.
Wilders hield zijn mond wat vaker dan gewoonlijk. Dat was wel een verademing, dat is waar. Maar verder leek het alsof er een heel normale premier stond van een heel normaal kabinet die bezwaren met een soort meesmuilende arrogantie beleefd glimlachend in parlementaire bewoordingen naast zich neerlegde. Een minderheidskabinet zou goed zijn voor het dualisme, werd er de afgelopen weken gezegd. Er zou moeten worden gezocht naar wisselende meerderheden. De oppositie zou meer dan ooit de ruimte krijgen om het beleid mede te bepalen. Dit alles werd beweerd. Maar niets van die houding was terug te zien in het debat. Er werd vastgehouden aan het regeer- en gedoogakkoord zoals we dat al decennia gewend zijn.
Ik zag een wanhopig ploeterende Cohen. Hij zag eruit als een burgemeester die per ongeluk in het verkeerde beroep is terechtgekomen. Ik zag een sluw manoeuvrerende Pechtold die nergens een voet tussen de deur kreeg. Ik zag een buschauffeur van de SP die weinig anders meer leek te kunnen verzinnen dan hardnekkig gewonemensentaal te spreken. Ik zag een geïrriteerde Halsema die allang doorhad dat dit allemaal geen zin had en dat dit land aan de wilden is overgeleverd. En intussen kwam de kersverse premier Rutte steeds beter in de wedstrijd. Soeverein beheerste hij het debat, alsof hij nooit anders had gedaan. Al deze normaliteit bevreest mij.
29 oktober 2010
