Beursjunk
Foto: Joel Rickett
Achter de schermen van de Londense beurs
Werken in een wereld van cash, cocaïne en corruptieHet financiële centrum van Londen is één groot casino. De afgelopen decennia hebben bankiers en handelaars hun eigen geld, ons geld en onze pensioenen op het spel gezet.
Zíj hebben miljoenen gewonnen, wíj zijn miljarden kwijt.
Seth Freedman, die zelf als handelaar werkte en meedeed aan het grote feest van goklust, hebzucht en drugs, vertelt zijn eigen verhaal en de verhalen van de grote movers en shakers van de Square Mile. Hij laat zien hoe de menselijke kant van de beurs tevens haar zwakte is en hoe de kredietcrisis bijna niet te voorkomen was.
Beursjunk is een bijzonder spannend exposé van handelaarsgedrag op de Londense beurs, het oude hart van het financiële centrum.
Bekijk hier een filmje over dit boek
Fragment uit Beursjunk
Proloog: 'Geintje! Ze zijn failliet!"
De laatste dag van maart 2004 leek voor een van mijn cliënten bij het Londense effectenhuis waar ik werkte een geweldig begin van het voorjaar te worden. Dat kwam door de incompetente leiding van de Stern Group (niet de echte naam), een industrieconcern met een snel verslechterende reputatie. Het was al jaren het doelwit van bear raiders, speculanten op de aandelenmarkt die probeerden de koers van het aandeel te drukken. Stern Group leek nu op zijn laatste benen te lopen, maar er waren nog steeds overmoedige stommelingen die goed geld naar slecht geld gooiden door steeds aandelen te blijven kopen, waardoor de prijs van het aandeel maar niet wilde dalen.
De genadeklap leek te zijn gevallen op een ochtend eerder die maand, toen het bedrijf een persbericht verspreidde waarin sprake was van een financieel tekort bij het bedrijf. Dat was voor beurshandelaars en -makelaars een veeg teken dat ze de aandelen die hun cliënten nog in handen hadden zo snel mogelijk moesten verkopen tegen elke prijs die ze er na die verklaring nog voor konden krijgen.
Als, wat het nieuws leek in te houden, het bedrijf op het punt stond op de fles te gaan, dan zouden de aandelen van de Stern Group niets waard zijn. Dat betekende dat iedere waarde van meer dan niets een mogelijkheid was om short te gaan. (Shortselling is het verkopen van geleende aandelen, in de hoop ze later voor een lagere prijs terug te kunnen kopen vóór je ze aan de oorspronkelijke eigenaar terug moet geven.) De waarde van het aandeel was na het bericht onmiddellijk gehalveerd - maar omdat het bekend was geworden voor de markt was geopend, was het niet mogelijk geweest om meteen een 'short' te openen (aandelen te verkopen die ik niet had in de hoop ze later goedkoper te kunnen terugkopen) toen het nieuws bekend werd. Omdat het aandeel na een val van vijftig procent vast niet verder zou dalen, zouden veel handelaars er vermoedelijk niet in willen handelen, maar na kort overleg besloten mijn cliënt en ik toch in te stappen.
Om te beginnen verkocht ik een miljoen aandelen Sten Group voor vijf pence per aandeel - want omdat de prijs op en en neer ging als het spreekwoordelijke slipje van een hoer moest ik voorzichtig zijn. Ik was van plan om, als de storm een beetje was gaan liggen, onze shortpositie verder te vergroten. Maar de handel leek te verslappen en de koers begon zelfs weer een beetje te stijgen door slimmeriken die dachten dat het aandeel zich weer zou herstellen. En Michael, mijn baas op de vloer, begon zich er ook mee te bemoeien. 'Ik zou maar zorgen dat je zeker weet dat je cliënt het geld heeft voor als het misgaat,' zei hij bits, bang dat een slordigheid van een cliënt hem geld zou gaan kosten. Michael was niet van de spelletjes: het geld van zijn cliënten investeerde hij voor de lange termijn, op een verstandige manier en met een verstandige strategie. Hij had een hekel aan de daghandel waar mijn cliënten zich mee bezighielden, hun winstbejag op de ultrakorte termijn en hun totale gebrek aan voorzichtigheid.
Twee minuten nadat ik Michael had gerustgesteld, begon ik zelf zenuwachtig te worden, hoewel het me lukte een strakke kop te trekken. 'Het is een schommeling van niks,' zei ik tegen mijn cliënt. 'Het gaat wel weer omlaag.' Maar de cijfers vertelden een ander verhaal. Het handelsvolume nam toe en de koers van het aandeel steeg langzaam. De prijs klom naar vijf driekwart pence, toen naar zes en zelfs even naar zesenhalf. We braken de gouden regel en besloten desondanks onze positie - en daarmee ons risico - te verdubbelen. Ik verkocht nog een miljoen aandelen voor zes en een kwart pence, wat betekende dat we nu voor meer dan een ton in een aandeel zaten dat maar niet naar ons pijpen wilde dansen. 'Als het acht pence of meer wordt, annuleer ik de deal,' waarschuwde Michael. Hij hijgde in mijn nek als een oude douanier. Als mijn cliënt onvoldoende op zijn rekening had om eventuele verliezen te kunnen aanzuiveren, moest hij de positie sluiten. 'Hou je bek, Mike,' antwoordde ik. Ik had er geen zin in om aangesproken te worden als een kind van drie omdat het hem niet beviel hoe ik mijn werk deed.