Verlovingstijd

Verlovingstijd

Nationaal Documentatiecentrum Maarten 't Hart

Op donderdag 25 november wordt het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ´t Hart in Maassluis officieel geopend. Het documentatiecentrum bestaat uit een fysiek gedeelte in de bibliotheek van Maassluis en een internetsite: www.maartenthart.nl (actief vanaf 26 november 2010).

Lees meer...

Foto: Tessa Posthuma de Boer Foto: Tessa Posthuma de Boer

Prachtige roman over liefde en vriendschap

In 2009 verscheen de meest recente roman van Maarten 't Hart, Verlovingstijd. Schrijver en bioloog komen in deze roman op verrassende wijze samen in een prachtig verhaal over de mens in zijn liefdesbiotoop.

Na de begrafenis van hun stiefvader vertelt een hoogbejaarde moeder aan haar twee zoons dat haar huwelijk met hun vader een vergissing was. De verteller is een van die zoons. Het is echter maar de vraag of hij, zo dat al mogelijk is, zélf de juiste partnerkeuze heeft gemaakt.

Verlovingstijd speelt zich af in Maassluis, eind jaren veertig. In het stadje vestigt zich een fietsenmaker die fout was in de oorlog. Twee verschoppelingen, de zoon van de fietsenmaker en een zoon van een rioolwerker, vinden elkaar. Hun hechte vriendschap wordt echter steeds beproefd omdat de fietsenmakerszoon al sinds de bewaarschool de vriendinnetjes afpakt van de rioolwerkerszoon. Zelfs later, als ze beiden in Leiden studeren, blijft dit patroon binnen hun vriendschap gehandhaafd, totdat het uiteindelijk, op onthutsende wijze, wordt doorbroken.

Maarten 't Hart signeert bij Selexyz Kooyker, Leiden (zaterdag 28 augustus) Maarten 't Hart signeert bij Selexyz Kooyker, Leiden (zaterdag 28 augustus)

Fragment

Toen Jouri pas verhuisd was, ging ik vaak met hem mee om bij hem thuis ´over te blijven´. Maar vrij spoedig, dat wil zeggen toen we in de tweede klas zaten, zwichtte ik voor de verleiding om op school over te blijven. In tien minuten kon je in de kantine je meegbrachte boterhammetjes wegschrokken, en dan bleef er, tot kwart voor twee, nog een zee van tijd over. En in die tijd slenterden, flaneerden, tippelden, stiefelden alle overblijvers langs de winkelpanden op de Van Hogendorplaan. Zelfs bleek er tijd genoeg te zijn om nog wat verder weg te kuieren, een nieuwbouwkerkje langs, tot aan of zelfs tot in een miniplantsoen.
Wat aan dat drentelen een glans van betovering verleende, waren de vrouwelijke participanten, die voornamelijk uit Schiedam afkomstige jenevermeisjes uit de parallelklassen die overbleven.
Net als die Schiedamse meisjes drentelde je natuurlijk nooit alleen. Je drentelde altijd samen met een klasgenoot. Ik drentelde steevast met een vlezige jongen uit De Lier. Al drentelend sloegen wij schuchter de ogen op naar de prille verschijningen uit Schiedam. Mijn Lierse vriend glimlachte maar eens en hij kreeg zowaar een glimlach terug. Nou ja, iets wat het midden hield tussen een glimlach en verlegen gegiechel. Ook ik beproefde een glimlach. Ook ik werd beloond met dat gesmoorde gegiechel.
Mijn Lierse makker en ik flaneerden maar eens in de richting van het plantsoentje. Aan gene straatzijde slenterden de giechelende Schiedamse jenevermeisjes ook in de richting van die minuscule groenvoorziening. Al spoedig flaneerden wij toen elke keer als wij overbleven naar het plantsoentje en aan gene straatzijde flaneerden steeds die twee meisjes uit Schiedam van wie mijn Lierse kompaan zelfs de namen via via had weten te achterhalen: Wilma en Carry. Heel verwarrend was dat Wilma en Carry altijd op afstand gevolg werden door een derde meisje, een eigenaardig wezentje dat nog hinkelde en huppelde alsof ze net van de bewaarschool kwam. Maar al leek ze nog haast een kleuter, als ze ons brutaal aankeek, glinsterden er spotlichtjes in haar ogen.
Op een oktoberdag met nevelsluiers en laaghangende bewolking drentelden mijn Lierse vriend en ik, onder dekking van die Koestlerse ‘nacht in de middag’, rechtstreeks van de kantine naar het plantsoentje. We zwalkten met de klok mee over de smalle paadjes, liepen telkens Wilma en Carry tegen het lijf, die tegen de klok in liepen. Brutaal bladeren naar ons toe schoppend kwam daarachter dat rare wezentje aan huppelen, dat ons nachtmerries bezorgde.
Hoe lang zijn wij in dat stadium blijven hangen? Verbazingwekkend lang, want pas het voorjaar daarop, toen het plantsoentje helgeel kleurde – trompetnarcissen, forsythia – werd de volgende stap gezet. Midden in het plantsoentje prijkte een gereedschapshokje. Je kon daaromheen lopen. Een ongeschreven wet hield in dat de jongen er links omheen liep, het meisje rechts. Achter het hokje liep je elkaar dan letterlijk tegen het lijf, omdat het paadje daar verbluffend smal was. Wilde je voorkomen dat je tegen de ander aan liep, dan moest je een stap opzij doen, en kwam je terecht tussen de opschietende voorjaarsbrandnetels. Uiteraard kon je van een meisje niet verwachten dat ze uitweek naar de brandnetels. Maar als jij dat evenmin deed, restte nog maar één mogelijkheid. Je moest elkaar vastgrijpen. Onhandig verstrengeld kwam je dan achter dat gereedschapshokje vandaan. Zelfs als je elkaar dan, ten overstaan van degenen met wie je naar het plantsoentje was gedrenteld, weer losliet, gold toch dat het ‘aan’ was. Schoffels en harken, verborgen in het hokje, hadden je dan samengevoegd.

Blader door de eerste 24 pagina's van Verlovingstijd

De pers over Verlovingstijd

Lees hier de bespreking in Trouw.
Luister hier naar een interview met Maarten 't Hart in de Tros Nieuwsshow.

Op 8 september 2009 was Maarten ´t Hart te gast bij Pauw & Witteman. Bekijk hier de uitzending:


Bestel hier de gebonden editie van Verlovingstijd.
Bestel hier de paperback editie van Verlovingstijd.

 

De vaderromans van Maarten 't Hart in één band verschenen

Nu in één band bijeen: de twee romans die Maarten 't Hart schreef over zijn vader.
In het voorjaar van 1973 kreeg Maarten 't Hart van de huisarts van zijn ouders te horen dat zijn vader, doodgraven van beroep, nog ten hoogste een half jaar te leven had. Hij moest dit bericht alleen en in het geheim verwerken, want besloten werd zijn vader niet in te lichten. De aansprekers is het verhaal vaneen vader-zoonrelatie, een dramatisch en zeer ontroerend boek.
In De vlieger bracht 't Hart een complexe ode aan zijn vader - vijfentwintig jaar na diens dood. Een tragikomisch verhaal van een protestantse grafdelver (de vader) op wie druk wordt uitgeoefend om in de avonduren met de hand een heel rooms-katholiek kerkhof te verplaatsen dat plaats moet maken voor oprukkende nieuwbouw.