Gekleed te water

Gekleed te water

De nieuwe Tineke Beishuizen is er!

`Een lichaam dat twee keer faalt is niet meer te vertrouwen, geen mens die mij dat uit mijn hoofd kan praten.’

Voor de tweede keer moet Marg geopereerd worden aan borstkanker, maar het maakt nauwelijks indruk op haar. Veel belangrijker vindt ze de relatie met haar dochter Geeske en haar beste vriendin Tess. Die blijken problemen te hebben waar Marg geen vermoeden van had, en als ze probeert die voor hen op te lossen, maakt zij ze alleen nog maar groter.
Als haar zusje Flor, met wie ze altijd een problematische verhouding heeft gehad, zich ongevraagd in haar huis nestelt, is dat het begin van een meedogenloze strijd die op een beklemmende manier naar een dramatisch einde voert.
Gekleed te water is het aangrijpende verhaal van een vrouw die met al haar goede bedoelingen het kwaad niet kan keren.

Volg Tineke Beishuizen op Facebook
Volg Tineke Beishuizen op Twitter
Volg het weblog van Tineke Beishuizen op www.libelle.nl

Tineke Beishuizen, Gekleed te water, ISBN 9789029572880, € 16,95 | Bestellen

Fragment uit Gekleed te water

blz. 22-27

Dat het hem bij mannen wel lukte, hoorde ik toen hij al een tijdje de deur uit was.
Een paar weken eerder was Barber in mijn leven gekomen, een pup met pikzwarte nestharen waar pas later het goudbruin van zijn terriervacht doorheen zou groeien. Barber, die in een bench aan het voeteneinde van mijn bed sliep en mij voor dag en dauw wekte met aandoenlijke geluidjes, zodat ik glimlachend wakker werd en met het slaapwarme dier tegen mij aan gedrukt naar de achtertuin ging waar hij z'n eerste ochtendplasje deed.
Hij hield van mij met de onvoorwaardelijke liefde waartoe alleen dieren in staat zijn, en ik genoot ervan omdat ik op dat gebied weinig gewend ben.
Voor hem was ik geen in de steek gelaten vrouw, maar Het Vrouwtje, dat hij zo enthousiast kwispelend begroette dat hij er bijna van omrolde.
Natuurlijk miste ik Huib. Er was en vertrouwdheid tussen ons geweest die goed voelde. Mijn eerste vriendje, mijn eerste minnaar, de vader van mijn kind, het gaf een ontheemd gevoel dat hij ineens geen noemenswaardige rol meer speelde in mijn leven.
Dat een aandoenlijke pup de leegte die Huib achterliet als vrij snel begon te vullen verbaasde mij.
Ook Geeske leek niet erg aangeslagen door het vertrek van haar vader. Ze maakten afspraken om samen te eten en gingen regelmatig naar het Filmhuis. Dan kwam hij haar thuis ophalen en dronk voor ze vertrokken een glas wijn met mij. Waarna ik ze uitzwaaide, onwennig met de nieuwe situatie maar blij dat er in elk geval nog een normaal contact mogelijk was. Uit elkaar gaan zonder vijandige gevoelens heeft absoluut alleen maar pluspunten.
Het leven was een stuk simpeler met alleen Geeske en Barber om mij heen. Vrolijker ook. Het vooruitzicht te moeten verhuizen naar een kleiner huis was de enige schaduw. Het huis waaraan ik zo gehecht moest verkocht worden, de opbrengst gedeeld en van mijn deel zou ik ergens anders onderdak moeten vinden. Maar Huib had gezegd dat het geen haast had. Waar het financiën betreft is hij altijd een makkelijk mens geweest.

Het nieuwe inzicht in Huibs liefdesleven verheugde mij eerder dan dat ik er geschokt door was.
In één klap was de legpuzzel compleet, en ik voelde me vrijgepleit van welk aandeel ook in het openbreken van onze relatie.
Je kunt de minnaar van je man moeilijk als concurrent beschouwen. Als vrouw kun je doodeenvoudig niet winnen in zo'n situatie, en dat maakte het een stuk aanvaardbaar dan wanneer hij opgestapt zou zijn met een vijftien jaar jongere dame die moeiteloos een paar kinderen voor hem gebaard zou hebben.
Op een bepaalde manier was ik zelfs dankbaar, omdat het gezichtsverlies geheel en al aan zijn kant zat.
Maar dat ik royaal 'Kom eens langs met hem' tegen Huib zei was een demonstratie van ruimdenkendheid die ik niet werkelijk meende.
Maar hij deed het.
Stond op een zondag aan het einde van de middag onaangekondigd voor de deur met een aardige man naast zich die Luc heette en op wie helaas niets aan te merken leek. Prettige stem, leuke oogopslag, mooie handen met lange slanke vingers. Grafisch ontwerper.
Barber kronkelde zich met een weerzinwekkend enthousiasme om zijn benen, werd terloops geaaid en verder genegeerd, wat zijn uitingen van aanhankelijkheid alleen maar versterkte.
Ik kon het niet aanzien, lokte mijn hond naar de keuken en deed de deur dicht.
Toen ik weer in de kamer kwam, stond Luc bij de boekenkast met de lege plekken waar Huibs boeken hadden gestaan, in zijn handen een paar boeken waarvan hij het omslag had ontworpen.
Ik begreep dat er een reactie van mij werd verwacht, en terwijl ik zijn werk prees, origineel, gedurfd en toch herkenbaar in z'n aantrekkelijkheid, woorden die ik met moeite uit mijn strot kreeg, keek hij langs me heen naar Huib, naast wie hij ging zitten toen ik nog maar nauwelijks was uitgesproken.
Het was even wennen, die twee mannen, gekleed als een ééneiige tweeling met hun dure zwarte colbert en veschoten jeans, op het diepe rood van de bank. Zo duidelijk verliefd.
'Verbeeld je maar niks,' had ik tegen Luc kunnen zeggen.
Toen die bank nog saffraangeel was zaten wij elkaar ook zo aan te kijken. Je moest eens weten hoe vaak we er een wip op gemaakt hebben!
Maar ik hield me in en deed glimlachend mee aan een gesprek dat mij totaal niet interesseerde.
'Goh, een appartement in de Johannes Vermeerstraat, wat een bof, zo'n leuke buurt en handig ook, zo dicht bij het Concertgebouw en Keizer.'
'Ja, sorry Marg maar die provinciestadjes hoeven van mij niet meer, ik kreeg het hier steeds benauwder.'
Ik zou het mezelf vergeven hebben als ik op dat moment weer een sigaret had opgestoken, zo makkelijk was de situatie tenslotte niet, maar ik kon mij er nog net van weerhouden.
Huib stond op om drankjes in te schenken, hij had hier tenslotte zeventien jaar gewoond, en ik maakte er een grapje over dat niet goed viel. Terwijl ik er toch echt niets kwaad mee bedoelde toen ik tegen Luc zei dat Huib altijd al iets vrouwelijk zorgzaams had gehad.
Er viel een stilte terwijl ik vragend van de ene man naar de andere keek en Huib mij de blik toewierp die ik maar al te goed kende als ingehouden woede over iets stoms van mijn kant.
Het gaf een onverwacht gevoel van vrijheid.
Hij kon zo pissig kijken als hij wilde, maar ik hoefde mij daar nooit meer iets van aan te trekken.
En ik heb geglimlacht, mijn benen over elkaar geslagen, het glaasje rood losjes tussen mijn vingers want in provinciestadjes heb je heus ook vrouwen van de wereld, en ik heb overlopend van sympathie geïnformeerd waar ze elkaar ontmoet hadden.
Op zo'n parkeerplaats misschien, waar ik wel eens langs kom op weg naar huis en waar de rij lege auto's mijn verbeelding prikkelt?
Huib zette zijn glas met zo'n smak op het bijzettafeltje dat de wijn over de rand klotste terwijl Luc me aanstaarde met een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht.
'Bitch!' snauwde Huib.
Ik heb mijn schouders opgehaald en ben naar de keuken gelopen om een doekje te halen voordat de wijn een onherstelbare plek zou maken op het tafeltje, terwijl de voordeur met zo'n knal dicht gegooid werd dat het theeservies op de keukentafel ervan trilde.
'Wat heb je tegen pappa gezegd dat hij zo woest op je is?' vroeg Geeske een paar weken later.
'Niets bijzonders, schat. Trek het je niet aan, het heeft niets te maken met wat pappa voor jou voelt. Hij houdt van jou, dat weet je toch. Bijna net zoveel als van zijn nieuwe vriend.'