De heldeninspecteur
Foto: Sander Nieuwenhuys
Een gloedvolle verbeelding van de Tiendaagse Veldtocht
Een Nederlander komt zomer 1830 in Brussel terecht in de revolutie die de Zuidelijke Nederlanden van de Noordelijke zal losmaken. België wordt geboren! Aanvankelijk volgt deze Junius het oproer als belangstellende, maar gaande Nederlandse pogingen de oude toestand te herstellen wordt hij geroepen tot heldeninspecteur, een op het eerste gezicht onschuldige functie. Brandpunt in deze roman is de Tiendaagse Veldtocht. Van Speijk gaat opnieuw de lucht in, tal van schrille geheimen omtrent de prins van Oranje (de latere koning Willem II) worden onthuld, en dan is er nog Junius’ tragische liefde voor de Vlaamse Veerle.
De heldeninspecteur – een daverend en sprankelend romanspektakel.
Atte Jongstra is auteur van een veelzijdig literair oeuvre. Bij De Arbeiderspers verschenen de afgelopen jaren de roman De avonturen van Henry II Fix en de autobiografie Klinkende ikken (in de reeks Privé-domein).
Op Facebook publiceerde Atte Jongstra een reeks 'Beelden uit de Tiendaagse Veldtocht'. Hier staan ze bij elkaar.
Bestel dit boek in onze webwinkel.
Uit de pers:
Atte Jongstra beveelt zijn boek persoonlijk aan:
Ben jij een held?
Word fan van 'De heldeninspecteur' op Facebook.
Ben jij een held? Doe hier de test!
Fragment
Op 10 augustus 1831 leek er voor Junius niets te doen. Iedereen voerde eigen marsorders uit, wat nauwelijks directe actie of helden opleverde. Generaal Van Geen zou met zijn Eerste Divisie langs de weg vanaf Diest richting Leuven optrekken. Saksen-Weimar had orders Tienen te bezetten en van daaruit verder te marcheren richting Leuven. Het hoofdkwartier moest natuurlijk opnieuw worden verhuisd. Een hoop heen en weer. De ware held kwam er zijn bed niet voor uit. Hij grinnikte bij deze gedachte en zwaaide de benen over de beddenplank. Er was misschien voor hem niet veel te doen, zaak was zich te laten zien. Schutters, jagers, miliciens, het hele leger van hoog tot laag moest zich blijven herinneren dat ze in de gaten werden gehouden, dat hun daden tegen het licht werden gehouden.
Na een stevig ontbijt in De Gebrande Winning – knoestig brood, eieren, spek – besteeg hij zijn paard voor inspectie. Waar hij Nederlanders in uniform kon vinden, liet hij zich nadrukkelijk zien, in de beugels staand en wijzend naar waar hij meende dat Leuven lag. De manschappen leken hem allemaal te herkennen. Het ‘Voor Junius en de Koning’ was niet van de lucht. De heldeninspecteur genoot met volle teugen. Gek, dacht hij. Waarom is men afgezien van prins Frederik en Saksen-Weimar onder officieren zo zuinig met lof en waardering, terwijl er onder de mannen die het slagerswerk moeten doen uitbundige geestdrift voor mij leeft?
Waarschijnlijk omdat men de resultaten nog niet had gezien. Wat hem op de gedachte bracht dat over de gevolgen van zijn inspecties nog helemaal geen afspraken waren gemaakt. Wat ging er met al zijn aanbevelingen gebeuren? Eén gedachte begon steeds duidelijker post te vatten. Iedereen, elke deelnemer aan de campagne tegen België, moest een onderscheiding krijgen. Gewoon, om ze er aan te herinneren dat ze erbij waren geweest. Junius realiseerde zich ineens dat hij hiermee de grondtrekken voor een geheel nieuw, revolutionair decoratiestelsel had ontworpen. Er voer een golf door hem heen die hem aan lage barometers en elektriseermachines deed denken.
