Heere Heeresma

Heere Heeresma

Heere Heeresma en het verlangen naar ongrijpbaarheid

Een jaar geleden, op 26 juni 2011, overleed de schrijver Heere Heeresma. De Arbeiderspers gaat in de reeks Privé-domein een selectie uitbrengen van de enorme hoeveelheid brieven die hij in de loop der jaren heeft geschreven. Zijn redacteur bij De Arbeiderspers, Peter Nijssen, herinnert zich hoe de contacten met Heeresma verliepen.

Aan langskomen deed Heere Heeresma niet. Hij maakte zijn ópwachting en het klonk altijd een beetje zoals die openingszin moet klinken uit zijn roman Kijk, een drenkeling komt voorbij: ‘Krekker… Bovekomme!’ Dwingend, kraaiend, op hoge toon, en met intimiderend rollende r.

Slecht ter been als hij was, stommelde hij de trap op naar de beletage van Herengracht 370, maar als hij eenmaal binnen was, kon je dat tot in de nok van het gebouw horen. Dan groette hij de receptionist van dienst (Guy of Sari) met een oorverdovend: ‘Góédemíddag!’ En meestal volgde daarop een snedig zinnetje in de trant van: ‘Uw sterauteur Heeresma is ter plaatse na een lange reis. Wilt u de heer Nijssen waarschuwen dat hij zich naar beneden moet reppen.’ Zonder vraagteken, dat spreekt. En vousvoyerend, iets dat hij hardnekkig is blijven volhouden, hoeveel jonger ik ook was, zich aldus ook ironisch op afstand houdend.
Daarop zeeg hij met theatraal vertoon neer in een stoel in een hoek schuin achter de receptie, in afwachting van mijn komst, leunend met de kin op de handen die zijn wandelstok omklemden. Bellen hoefde men mij zelden. Ik had hem allang gehoord en als ik dan binnenkwam zat ie met pretogen en een brede, ietwat uitdagende grijns op zijn gezicht te poseren. ´Dáár bént u ál!´ (Uitbrekend in een daverende lach.)

Heere Heeresma, zoon van een onorthodox theoloog en oudste van nog twee andere schrijvende broers (Marcus en Faber), was een literator tegen wil en dank. Hij had niets op met de officiële letteren (of met welke openbare instelling dan ook) en heeft zich altijd bewust in de marge van het literaire en openbare – ja, zelfs het burgerlijke – leven opgesteld. Maar zijn in diepste wezen uiterst humane, van mededogen en menselijk tekort doordrongen werk is allerminst in de periferie blijven hangen. Van de tientallen boeken die Heeresma tussen 1962 en 2006 publiceerde zijn er diverse verfilmd (Een dagje naar het strand bijvoorbeeld door Theo van Gogh). Ook schreef hij de teksten voor honderden radioprogramma’s. Zijn werk is vertaald in veertien talen.

foto door Chris van Houts foto door Chris van Houts

Sinds De Arbeiderspers zijn uitgever werd na een periode van jarenlang stilzwijgen, heeft Heeresma ons tussen 2003 en 2009 tientallen bezoeken gebracht (heel af en toe spraken we op zijn aanwijzing elders in de stad af in een café of een hotel). Hij arriveerde zelden of nooit onaangekondigd. Zijn komst meldde hij me vaak in een brief (‘bevestig ik onze afspraak voor vrijdag 8 april a.s. rond 15.00 uur op uw kantoor. Ik zal dan 15 exx. Van “een jongen uit plan Zuid” meenemen zodat nog 10 auteursexx. bij u in stock blijven’), en hij was vrijwel altijd stipt op tijd. Hij kwam zelden zonder reden, voor alleen maar een kop koffie of om wat bij te kletsen. Doorgaans kwam hij wat halen (auteursexemplaren, titels uit Oorlogsdomein, een reeks waar hij verzot op was, royalty’s) en soms kwam hij wat brengen (nieuwe kopij) maar ook dán kwam hij altijd wat halen.

Want met Heere Heeresma was het boter bij de vis. De overvol getikte, nauwelijks van alinea’s, witregels of bladspiegel voorziene kopijvellen dienden à contant tegen een vooraf overeengekomen prijs te worden betaald. Ten bewijze van betaling signeerde hij vervolgens een kwitantie.
Zijn bezoeken duurden zelden langer dan een uur, en zelfs die paar keer dat ik hem ertoe kon overhalen de verschijning van een boek te vieren met een etentje (nergens anders dan bij Haesje Claes!) duurde de bijeenkomst niet langer dan twee uur. ‘Dat was nog eens een gezellig samenzijn! Dat mag meer gebeuren. Voortreffelijk eten ook. Als dank offreerde ik u verhalen uit mijn leven. U begreep dat u daar lachende aan voorbij moest gaan?’
Heere Heeresma had geen bankrekening (niet dat wij wisten tenminste). Hij had ook geen vast adres. Zijn verblijfplaatsen hield hij voor ons (en voor vrijwel iedereen) angstvallig geheim. Als je hem moest hebben moest je een brief schrijven naar postbus 10579, 1001 EN Amsterdam. Hij had wel een mobiel telefoontje maar het nummer gaf hij ons niet. Ik denk dat nog geen vijf mensen zijn nummer hadden.

Ik herinner me dat hij zich op een koude dag in februari bij ons aandiende met de legendarische mededeling: ‘Goedemiddag meneer Nijssen, ik heb begrepen dat u mij mee gaat nemen naar een warm en gezellig etablissement voor een ferm bord snert.’ Zoveel innemendheid kon onmogelijk onbeloond blijven. Zeker niet nadat hij me in geuren en kleuren verteld had welk een krankzinnige reis hem tot hier had gebracht. Hij had die stervenskoude dag al voor het ochtendkrieken zijn sponde verlaten en was vanuit zijn Noord-Groningse gehucht achter op een rammelende melkkar naar Groningen gereisd alwaar hij een uur op de trein had moeten wachten die hem vervolgens langs vele stations en met veel vertraging naar Amsterdam had gebracht. Hij wilde maar zeggen: van zo’n reis krijg je trek. Trek in snert.
Als ik hem niet al wat langer had gekend, had ik misschien zelfs gedacht dat hij deze homerische omzwervingen werkelijk had gemaakt. Heere Heeresma schudde zulke verhalen uit zijn mouw en diende ze op als waargebeurd. Zo had hij ook allerlei verhalen over zijn zeewaardige boot en de stormen die hij daarmee op zee had getrotseerd en over jachtpartijen op de domeinen rondom zijn woning in Frankrijk. Maar in de jaren waarin ik hem kende woonde hij, zo wist ik uit betrouwbare bron, ergens in ’t Gooi en behoorden zijn excursies naar de Herengracht tot zijn avontuurlijkste uitjes.

Zijn ongrijpbaarheid bleef een bron voor epistolair heen & weer tussen hem en mij. Toen hij zich weer eens uitgebreid beklaagd had, schreef ik hem: ‘Want dat is natuurlijk het voornaamste pijnpunt: de enige manier waarop ik u kan bereiken is door een ouderwetse brief te sturen naar een postbus die op ongeregelde tijden wordt geleegd. Ik kan u niet bellen, zelfs niet mobiel. Ik weet niet waar u woont, en u wilt ook dat ik dat niet weet. Allemaal best en allemaal goed & wel, maar wees dan bereid in te zien dat kinken in de kabels der communicatie niet slechts door uw redacteur veroorzaakt worden.’
Maar hij kon niet anders. Hij moest ondergedoken zijn, vrij van instanties, vrij van verplichtende communicatiemiddelen. Hij had een diep verlangen naar ongrijpbaarheid, ruimtelijk maar ook geestelijk.

Het is nauwelijks te geloven dat met de primitieve manier waarop de communicatie tussen auteur en uitgever hoofdzakelijk verliep (in eerste instantie via honderden brieven over en weer) er in korte tijd nog zoveel uit zijn handen is gekomen dat ook als boek is verschenen. Om te beginnen de twee autobiografische boeken een jongen in plan Zuid (’38-’43 en ’43-’46), waarin hij in een associatieve, meanderende maar ook uiterst precieze stijl schrijft over zijn jeugd die samenviel met de oorlog, met het verdwijnen van het grootste deel van de joodse bevolking uit zijn stad, de komst van de Canadezen en de bevrijding van de wrede Duitse terreur. Die herinneringen, later gebundeld in één deel en ook in Duitsland verschenen (of eigenlijk in Zwitserland bij het Züricher Amman Verlag), waren de late inlossing van een al jaren door de auteur aangekondigd boek onder de omineuze titel Kaddish voor een buurt. Niet lang daarna verscheen in 2006 nog de behoorlijk lijvige roman Kijk, een drenkeling komt voorbij. Daarnaast publiceerden wij nieuwe edities van zijn bekendste oudere werk: Een dagje naar het strand, Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp en Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming – boeken die hem beroemd hadden gemaakt.

Vanaf eind 2007 maakte Heere Heeresma steeds minder vaak zijn opwachting op de Herengracht en vanaf 2009 heb ik hem nauwelijks meer gezien, alleen af en toe nog telefonisch gesproken. Hij werd steeds slechter ter been, begon met zijn gezondheid te sukkelen en werd daardoor veel minder productief, zeker ook als briefschrijver.
Hij was ondertussen begonnen aan nieuwe verhalen, maar door zijn afnemende gezondheid is het niet meer tot een bundel gekomen. Dat hij eraan gewerkt heeft, is echter een feit. In ons archief bevindt zich één voltooid verhaal. Ook bestonden er plannen voor een of meer selecties uit zijn talloze brieven, en dat plan zal binnen enkele jaren alsnog gerealiseerd worden. Het is de bedoeling dat Anton de Goede een selectie uit die brieven gaat samenstellen voor de reeks Privé-domein.

Op vrijdag 24 juni 2011 schreef Jaap van der Zwan mij: ‘Het gaat heel slecht met mijn neef Heere. Hij eet en drinkt niet meer en ook het toedienen van medicijnen lukt niet meer. De arts in het Rosa Spierhuis in Laren liet ons gisteren weten, dat hij waarschijnlijk nog maar een paar dagen te leven heeft.’
Dat had die arts goed voorspeld. Op zondagochtend 26 juni overleed Heere Heeresma na een ziekbed in het Rosa Spierhuis, een verzorgingstehuis voor oudere kunstenaars en wetenschappers in Laren. Hij was 79 jaar.
Het Rosa Spierhuis, een grijpbare (bijna openbare) plek. Hij was daar naartoe gebracht. Hij was er niet eigener beweging heengegaan. Enkele maanden eerder had men hem ontredderd aangetroffen in zijn woning (inderdaad ergens in ’t Gooi). Hij was gevallen en lag al dagenlang hulpeloos op de grond.
Maar het vallen zelf was al wat eerder begonnen. In de loop van 2008 kwam hij met het plan in enigerlei vorm zijn in de jaren tachtig uiterst succesvolle pornopersiflages (met titels als Geschoren schaamte en De hete ijssalon) te herexploiteren. In een van de laatste brieven die ik van hem ontving (juni 2008) schreef hij: ‘U dient er dan rekening mee te houden dat niet ikzelf die keuze kan maken. Daarvoor gebeurt er dezerzijds té veel. Zo bracht ik vanmiddag en slechts in het gezelschap van onze zoon, mijn vrouw weg naar het crematorium. Enfin, ik hoor binnenkort van u.’

*Eind juni verscheen een special over Heere Heeresma van Uitgelezen Boeken. Katern voor boekverkopers en boekenkopers, samengesteld door Henk Reurslag en Anton de Goede. Anton de Goede over deze special: Dankzij het Heere Heeresma-nummer zijn er veel prachtverhalen bewaard gebleven. Van Guus Luijters bijvoorbeeld, die als hoofdredacteur van de Nederlandse editie van Playboy regelmatig met Heeresma te maken had. Luijters: ''Op een snelweg in Noord-Frankrijk begon het landschap plotseling heel raar te doen. Toen ik Heere vroeg wat hiervan de oorzaak kon zijn, wees hij op de kilometerteller. We bleken 260 km per uur te rijden, vandaar dus. Toch dook er even later een motard op, die ons met geleidelijk afnemende snelheid naar een op een zijweg geparkeerde politiewagen dirigeerde. Nadat Heere de astronomische boete had betaald, kwam hij handenwrijvend naar buiten en zei: 'Zo, meneer Luijters, dit hebben we weer als heren onder elkaar geregeld.' " Bijna veertig schrijvers, vrienden en familieleden halen in Uitgelezen Boeken herinneringen op aan Heeresma. Onder hen ook Cherry Duyns die Heeresma als volgt typeert: 'De schrijver die boeken schreef die zowel leedverzachtend als - verwekkend waren, die met uitbundig woordgeweld sloopte wat hem niet beviel, die dwars was maar ook niet ongevoelig en die bovenal zo pijnlijk geestig kon zijn.' Uitgelezen Boeken is een uitgave van De Buitenkant in Amsterdam. Duyns tenslotte: "Heere Heeresma, grootvorst van het sterke verhaal. Gedenk hem."

Meer informatie

Een website die geheel gewijd is aan Heere Heeresma http://www.bevindvanzaken.nl
De Wikipediapagina over Heere Heeresma http://nl.wikipedia.org/wiki/Heere_Heeresma