Gedicht Victor Schiferli
Twee huizen tegelijk
Op de smalle boekenplanken van je jongenskamer
tussen de grauw oprijzende flats van Schalkwijk,
daar staan ze in het gelid: Brouwers, Nooteboom, Komrij.
Je staart in de verte zoals in Zonsopgangen boven zee.
Je belandt via de Laan van Angers op een ochtend in Bahia.
Je bent de eerste ongelukkige schizo. Puberale gedichten
die je naar Maatstaf stuurt krijg je zonder commentaar terug.
Je stopt ze in een doos in de garagebox. Je jongenskamer
verhuist naar Amsterdam, de boekenplanken dijen uit.
Dan gebeurt het onmogelijke alsnog. Je vader zegt:
Maatstaf, bestaat dat nog?
Opeens verdwaal je op Amsterdamse recepties
waar je Atte Jongstra tegenkomt die zegt: Op recepties
sta je vaak zomaar met iemand anders te praten.
En dat gebeurt: hij ziet dichter Breekveld bij de bitterballen.
Je krijgt een briefje dat je opzichtig rond laat slingeren:
Peter Nijssen wil meer lezen, misschien is het een bundel,
hoe dan ook, ga zo door. Geeltjes, potloodkrabbels.
Het handschrift van Peter. Drie jaar later sta je samen
naast een doos, vers van de binder zegt de telefonist,
ingenaaid met flappen. Je droomde al maandenlang
dat je bundel per ongeluk een groot kinderboek
vol kleuren was geworden. Die vrees blijkt ongegrond.
De uitgever komt voorbij, geeft een hand en schiet
ergens onzichtbaar hoog het pand in. Een maand later
kom je hem weer tegen op het Spui. 500, roept hij uit de verte.
500! Je weet even niet wat voor getal dat is maar het blijkt
het verkochte aantal exemplaren tot nu toe. Jaren later,
als je op sombere avonden met Menno Wigman denkt
dat poëzie een hobby is die je deelt met een handvol idioten,
krijg je bericht van Peter of je nieuwe bundel op de aanbieding mag.
Iets wat opnieuw je redding is want je had geen nieuwe bundel
maar nu dus wel. Dan weer met Peter aan het bier.
Het mooie van aan het bier met Peter is dat je er altijd
helemaal opnieuw achter komt waar het boek over gaat.
Als je naar huis fietst is het alsof je het net hebt geschreven.
Literatuur begint in een jongenskamer. De jongenskamer
wordt steeds groter. En dan woon je in twee huizen tegelijk.
