Gedicht Abdelkader Benali
“Hallo, hier, u spreekt met Thomas Mann. Van De Toverberg, ja,
en andere literaire creaties. Ze liggen bij u in het magazijn, en soms
op een tafel. Zo vergaat het met alle schrijvers werk: wat neergepend
was in staat van verbazing, eindigt vaak als een tractaat van verlating.
Wat ik nog wilde zeggen: U krijgt de groeten van Louis Paul Boon
die hier naast me zit, bij de telefoon zit te wachten op een telefoontje
uit die koele hel, Stockholm. En Nietzsche is hier ook ergens, op zoek
naar een lamp om zijn lectuur mee te verlichten. Lectori, salutem!
Net als u ben ik 80 jaar geworden, wat ons dus op gelijke hoogte
brengt; u echter bent een uitgeverij en ik een schrijver, en dat
verschil valt niet in procenten of oplages uit te drukken, al wilt
u ons soms anders doen geloven. Een schrijver is op zijn best
wanneer hij bijna dood is, de begrafenisondernemer nerveus
begint te worden, de kraaien rond zijn hoofd in cirkels paraderen.
De Nobelprijs en dan kassie wijlen, dat zou pas een stunt zijn!
Een schrijver leeft bij gratie van zijn inertie. In doodse staat
brengt hij meer op dan wanneer hij elke avond in de lampenkappen
hangt van een of andere Moorse deerne. Vrijen leidt tot kinderen
en kinderen hinderen bij het schrijven. Daarom beziet
U de Wanderlust van de schrijver met enig wantrouwen,
wat moet er van die boeken terechtkomen, als hij in alle landen
wil gaan wonen, met alle vrouwen kennis wil maken, vreemde
tongen spreken. U bent pas echt gerustgesteld, als een schrijver
eens in de zoveel tijd ontwaakt uit zijn schrijfarbeid,
die literaire winterslaap, en u verheugt met een dik pak papier.
Tachtigers hebben het monopoly op stramheid,
broos van botten en reisjes naar de zon, maar van u, AP, verwachten
we niets anders dan volledige, onophoudelijke bewegelijkheid.
Staat u eens stil dan is dat enkel om uit te hijgen, waarna u rap en
als u maar kunt, broeden gaat op een volgende literaire stunt.
U hijst Enquist in een luchtballon waar ze dan een fuga speelt,
tooit Japin met in cowboylaarzen waar hij in Bobbejaandland
de show mee steelt, Maarten 't Hart moet voor een keer het lezen
en schrijven laten en als een Brugman quotes uitblaten aan de tafel
van Pauw en Wittebrood. Ilja Pfeijffer wordt, een knappe prestatie,
drooggelegd; en krijgt een Second Life omdat hij aan een, begrijpelijk,
niet genoeg heeft, dit allemaal ter meerdere eer en glorie van herdrukken
literaire prijzen en een smeuige lifestory voor wijlen La Vie en Rose,
U bent veroordeeld tot bedrijvigheid, beste AP, en daar wil
ik het nu bij laten. Het doet me goed wanneer een ouwe taaie
zich als een jongeling gedraagt, vol van ambitie en met weinig
respect voor reputaties, vooral niet de eigene.
Ik kan vanaf deze hoogte natuurlijk niet alles overzien.
En ik zou die laatste roman van Weijts eens
moeten lezen. Hij schrijft over Venetie, een plek die ik maar
al te goed ken. Een plek die de republiek der letteren het best
weerspiegelt: want is het werk van schrijvers niet het bouwen
van huizen van woorden op het zwakke vlees van de mens; en bent
u niet, AP, als die stad die Marco Polo wegstuurde en weer
onthaalde: niet aflatend centrum van bedrijvigheid,
als de dood voor stilvallen van eb en vloed. Dit is alles
wat ik te zeggen, had, nu trek ik me terug. Auf Wiedersehen!"
