De winnaar van de AP-quiz aan het woord

Gies Aalberts: de winnaar van de AP-quiz

‘Nico Richter!’, riep ik zo snel mogelijk en sneed daarmee Jeroen Berkhout (Canon & Fuga) de pas af die na een moment van aarzeling niet verder kwam dan: ‘Die ontwerper Richter of zo.’ De vraag over de langstzittende AP-medewerker was de slotvraag van het petje op, petje af-spektakel. Het was een ongelijke strijd want ooit was ik collega van Nico. Ik verdiende er een geweldige prijs mee, tachtig boeken uit een prachtig fonds en een enorme fles champagne. Toen ik daar trots mee plaatsnam in de treincoupé, raakte ik in gesprek met een medereiziger. Die kende Nico Richter niet. Jawel hoor, zei ik tegen haar. Kijkt u maar in uw boekenkast en zoek het eerste het beste boek op van De Arbeiderspers en kijk dan wie verantwoordelijk was voor het omslagontwerp. Thuisgekomen voerde ik mijn eigen test uit. Alice Adams, Voorbeeldige vrouwen, een roman uit 1984. Bingo.
Het tachtigjarige jubileumfeest was voor mij persoonlijk vooral ook een feest van herkenning. Enige tijd, ik durf de tijdsduur hier niet te vermelden uit piëteit jegens Nico, werkte ook ik voor AP. Die veel te grote fles champagne ontving ik uit handen van ceremoniemeester Arthur Japin. Ik stond er even dom mee in mijn handen, wist niet of ik hem nu als volwaardig Formule 1-coureur diende uit te spuiten over Arthur of over het publiek. Tijdens mijn werkzame AP-periode brak Arthur door met De zwarte met het witte hart, een boek dat het geweldig deed omdat het een prachtboek is en omdat twee vertegenwoordigers, Theo Brandsen en Ruud Binkhorst, er hun stinkende best voor hebben gedaan. Ikzelf ook, maar dat zette domweg minder zoden aan de dijk.
De avond was begonnen met een achtervolging die ik inzette op Arjan Peters. Hij beende trefzeker voor me uit richting Westergasfabriek. Maar hij raakte het spoor bijster en ik bracht ‘m weer op de juiste koers. Samen met Rosita Steenbeek luisterden we naar de openingswoorden van Japin. Later zag ik Henry Sepers die mij met zijn boek Bedachte stad bijna had verleid om in Almere te gaan wonen. Ik zag Joost Zwagerman die ooit door mij was vervoerd bij een promotietoer. Petra Rijkelijkhuizen als navigator, Joost luchtfietsend op de riante achterbank van mijn Citroën CX Prestige. En over zulke prozaïsche zaken als auto’s stond ik een tijdje te bomen met Bas van Putten, maar Bas moest roken en ik meedoen aan petje op, petje af... Tachtig jaar AP, chapeau!